Leendert Saarloos

(1884 - 1969)

Leendert Saarloos met Duitse Herder reu Gerard van Fransenum

 

Leendert Saarloos (1884-1969) was een bezield man, geïnteresseerd in al wat de natuur te bieden had. Jarenlang was hij werkzaam als scheepskok, zwervend over de wereldzeeën. Toen een opkomende doofheid einde maakte aan dit zwerversbestaan, zette hij in Dordrecht een zaak in electriciteitsartikelen op, die hij ongetwijfeld tot grote bloei gebracht zou hebben ondanks de malaise van de jaren dertig, ware het niet, dat zijn grote liefhebberij - het dier - steeds meer van zijn tijd ging vergen. Zijn kennel Van de Kilstroom eiste hem volledig op - geen kennel in de gewone zin des woords, meer een menagerie, waar in zelbouwhokken voor langere of kortere tijd de meest uiteenlopende dieren gehuisvest waren. De hond boeide hem het meest. Maar Leendert Saarloos had grote bezwaren tegen de huishond: teveel van zijn natuurlijke eigenschappen verloren, teveel gedomesticeerd, teveel afwijkingen als gevolg van degeneratie.

Een vleug natuur terugbrengen in de huishond stelde hij zich tot doel. Het werd voor hem een uitdaging domesticatie en degeneratie terug te dringen en tegelijk de werkkwaliteiten van de hond te verbeteren. Leendert Saarloos koos voor zijn proefneming de Duitse herder van het oorspronkelijke, klassieke type en de wolf: een begrijpelijke keus, zij vertoonden immers qua exterieur veel overeenkomst. De Duitse herderreu Gerard van de Fransenum en de Europese wolvin Fleur, werden de stamouders van de huidige Saarlooswolfhond.


Twintig halfwolven waren het resultaat van enkele kruisingen: te terughoudende, maar niet schuwe dieren. Terugparingen op de vader leverden een basispopulatie kwartwolven op. Vanuit deze basis wilde Leendert Saarloos vooral selecterend op karakter bepaalde gewenste eigenschappen in toekomstige honden verankeren. Zijn raadpleging van de Nederlandse Genetische Vereniging getuigt van gezond verstand en een dosis zelfkennis. Van groot belang voor het ras is geweest dat de geneticus Dr. L. Hagendoorn interesse toonde voor Leenderts experiment en diens doelstelling: van toen af werd zijn werk vanuit wetenschappelijke kring gevolgd. De poging zijn Nederlandse of Europese wolfhond als ras erkend te krijgen werd in het begin van de oorlogsjaren afgewezen. Leendert Saarloos was er echter de man niet naar om zich door zo'n tegenslag van de wijs to laten brengen: hij ging door.


Inmiddels was hij begonnen met africhten, stellig overtuigd van de dienstbaarheid van zijn wolfhonden.De trainingen gericht op het redden van drenkelingen kenden af en toe succesjes. Dan toch een doorbraak: ondanks hun terughoudendheid en voorzichtigheid tegenover al het vreemde, en hun vluchtdrift, bleken enkele uitgezochte individuen uitstekend geschikt als blindengeleidehond. Het was een mijlpaal toen, in het begin van de jaren vijftig, de eerste geleidehond werd afgeleverd, een succes gebaseerd op strenge selectie op karakter. Zo ging Leendert Saarloos zijn weg: het karakter van zijn honden prevaleerde.

Leendert Saarloos injecteerde in 1963 nieuw wolvenbloed: een kruising tussen een Europese wolfhond en de wolvin Fleur II. Hij beoogde hiermee de te groot geworden inteelt tegen te gaan. Toen Leendert Saarloos in 1969 stierf, was zijn erfenis een nieuw ras, de Europese wolfhond - niet een verbeterde werkhond, wel een hond met een vleug natuur.
Leendert Saarloos heeft de erkenning van zijn "schepping" als ras niet meer mogen meemaken - in 1975 werd het ras erkend door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en kreeg het zijn naam: Saarlooswolfhond, ere wie ere toekomt!